Tien kleine visjes, die zwommen naar de zee
Moeder zei; maar ik ga niet mee
Ik blijf lekker in die oude boeren sloot
Want in de zee zwemmen haaien, en die bijten je
Blub, blub, blub, blub,blub
Blub, blub, blub, blub, blub
Blub, blub, blub, blub, blub
Negen kleine visjes, en ga zo maar door ….
Papagaai is ziek en hij moet sterven
Geef ‘m appelmoes al van conserven
Voor onze gaai, voor onze gaai
Voor onze allerliefste zoete papagaai
Papegaaitje leef je nog? Dieja deeja
Ja meneer ik ben er nog! Dieja deeja
‘k Heb m’n eten opgegeten
En m’n drinken laten staan
Dieja deeja Poef
Op een grote paddestoel
Rood met witte stippen
Zat kabouter Spillebeen
Heen en weer te wippen
Krak, zei toen de paddestoel
Met een diepe zucht
Allebei de beentjes
Hoepla in de lucht
Maar kabouter Spillebeen
Ging toch door met wippen
Op die grote paddestoel
Rood met witte stippen
Daar kwam Vader Langbaard aan
En die zei toen luid:
“Moet dat stoeltje ook kapot?
Spillebeen, schei uit!”
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Heb je wel gehoord van de zeven, de zeven
Heb je wel gehoord van de zevensprong
Ze zeggen dat ik niet dansen kan
Ik kan dansen als een edelman
Dat is één…
Dat is één
Dat is twee
Dat is drie
Dat is vier
Dat is vijf
Dat is zes
En dat is ze-he-ven!
Een, twee, drie, vier
Hoedje van, hoedje van
Een, twee, drie, vier
Hoedje van papier
En als het hoedje dan niet past
Zetten we ‘t in de glazenkas
Een, twee, drie, vier
Hoedje van papier
Boer wat zeg je van mijn kippen?
Boer wat zeg je van mijn haan?
Hebben ze dan geen mooie veren?
Of staat jou toch de kleur niet aan?
Boer wat zeg je van mijn kippen?
Boer wat zeg je van mijn haan?