Tien kleine visjes, die zwommen naar de zee
Moeder zei; maar ik ga niet mee
Ik blijf lekker in die oude boeren sloot
Want in de zee zwemmen haaien, en die bijten je
Blub, blub, blub, blub,blub
Blub, blub, blub, blub, blub
Blub, blub, blub, blub, blub
Negen kleine visjes, en ga zo maar door ….
Smakelijk eten, smakelijk drinken.
Hap-hap-hap, slok, slok, slok.
Dat zal lekker smaken, dat zal lekker smaken.
Eet maar op, drink maar op.
Eet smakelijk allemaal!
Op een grote paddestoel
Rood met witte stippen
Zat kabouter Spillebeen
Heen en weer te wippen
Krak, zei toen de paddestoel
Met een diepe zucht
Allebei de beentjes
Hoepla in de lucht
Maar kabouter Spillebeen
Ging toch door met wippen
Op die grote paddestoel
Rood met witte stippen
Daar kwam Vader Langbaard aan
En die zei toen luid:
“Moet dat stoeltje ook kapot?
Spillebeen, schei uit!”
Ik heb een tante in Marokko en die komt. Hiep, hoi
Ik heb een tante in Marokko en die komt. Hiep, hoi
Ik heb een tante in Marokko,
Een tante in Marokko, een tante in Marokko
En die komt, hiep, hoi!
Zing ik ja-ja, jippie, jippie, jee. Hiep, hoi
Zing ik ja-ja, jippie, jippie, jee. Hiep, hoi
Zing ik ja-ja, jippie, ja-ja jippie, ja-ja, jippie, jippie, jee. Hiep, hoi!
In de maneschijn, in de maneschijn
Klom ik op een trapje door het raamkozijn
Maar je waagt het niet, nee je waagt het niet
Zo doet een vogel en zo doet een vis
En zo doet een duizendpoot, die schoenenpoetser is
En dat is één, en dat is twee
En dat is dikke, dikke, dikke tante Kee
En dat is recht en dat is krom
En zo draaien wij het wieleke nog eens om
Bom bom